PEILING. Bijna twee derde van de Nederlanders voor terughoudender transgenderzorg, 'Dutch Protocol' gaat te ver
Hoort u het eens van de Nederlander
'Het grootste medische schandaal van deze tijd'
Er wordt wel heel veel over transgenders gesproken maar nooit eens mét transgenders. O wacht, dat gebeurt natuurlijk wel. Een gesprek voeren over de transgenderzorg in Nederland gaat vaak wat lastiger. Soms levert dat schrijnende doch indrukwekkende topics op, maar het transfobieverwijt ligt in veel gevallen al snel op de loer. De staat van die transgenderzorg is als volgt: ons land liep jarenlang 'voorop' omdat het 'Dutch Protocol' (lees er hier uitgebreid over) wereldwijd school maakte, bekend en bekeken werd en het Europese pro-transitiebeleid voor minderjarigen met genderdysforie vormgaf. Zo werden puberteitsremmers en hormoonbehandelingen op zeer jonge leeftijd 'normaal'. Een medische behandeling, terwijl er vaak veel meer problemen spelen bij die minderjarigen en een psychische behandeling meer op zijn (haar/hen) plaats is. Uiteraard werd er veel kritiek geleverd op die huidige manier van behandelen, en niet louter als kanonschot in de zogenoemde cultuuroorlog.
Nee, kritiek die hout snijdt, omdat de risico's van het Dutch Protocol groot zijn en de gevolgen verstrekkend, en het gebrek aan bewijs dat de voordelen opwegen tegen de nadelen zou te denken moeten geven. In veel landen dachten ze daarom dus na, zodat het Dutch Protocol werd losgelaten. Zo niet in Nederland zelf, waar de Gezondheidsraad eind juni concludeerde dat de Nederlandse transgenderzorg voor minderjarigen 'zorgvuldig is ingericht' en niet drastisch hoeft te worden veranderd. De Omtzigtman en vele artsen waren al bang voor deze conclusie en riepen op tot veel meer terughoudendheid in een uitstekend stuk in Trouw. Voor de Dogfather aanleiding om eens te peilen wat de Nederlander nou eigenlijk vindt van óns Dutch Protocol.
Uit het onderzoek van Maurice de Hond blijkt dat maar 19% denkt dat artsen kunnen voorspellen of de wens van een kind om in transitie te gaan blijvend is. Gevraagd naar de soort behandeling ziet 75% meer in een psychologische dan in een medische behandeling. De verdeeldheid is echter groter bij de vraag wat het zwaarst moet wegen bij de behandeling. Voor een kwart is dat het voorkomen dat kinderen te lang moeten wachten op hulp, 28% vindt het belangrijkst dat kinderen leren hun geslacht te accepteren en voor maar liefs 35% weegt het zwaarst dat niet te vroeg moet worden gekozen voor een behandeling met blijvende gevolgen. Ook werd gevraagd wie nou zou moeten beslissen over het gebruik van bijvoorbeeld puberteitsremmers. Bijna de helft vindt dat ouders dat voor hun kind moeten kunnen, voor 35% is het aan het kind zelf mits dat 16 jaar oud is en 8% vindt dat het kind al vanaf 12 jaar zelf zou moeten kunnen beslissen (hieronder uitgesplitst naar politieke voorkeur).
De belangrijkste vraag is of Nederland nu eigenlijk op de rem moet trappen met de huidige vorm van transgenderzorg. Daarover toch meer eensgezindheid: twee derde van de Nederlanders zegt: JA, trap op die rem. Wat maar aangeeft dat de Dutch niet zo fan zijn van het Dutch Protocol. Het onderzoek maakt sowieso veel inzichtelijk, zeker ook bij het bekijken van de uitsplitsingen naar leeftijd, opleiding en politieke voorkeur. De ramkoers van de Gezondheidsraad lijkt echter niet bij te sturen. Terwijl het van groot belang is, voor kinderen en ouders, dat dat wel gebeurt. Hoog tijd dus dat dit 'zorgvuldig ingerichte' Dutch Protocol in transitie gaat.
Doei Dutch Protocol?
Hoe zit dit? "The Dutch Protocol" was rond 2014 basis Europees pro-transitie beleid minderjarige 'transgenders'. Maar Noorwegen, Zweden, Finland, Frankrijk en Engeland draaien nu 180 graden
De bevanging komt ten einde
Ja, in februari en april werd dit al breed uitgemeten, maar in de nasleep van de 17-jarige Jaylinn zetten we het hier zelf ook eens onder elkaar voor het dossier. Jaylinn zit in een jeugdzorgtraject, heeft borderline en ptss, startte na slechts drie gesprekken te AmsterdamUMC vanaf haar 13e met puberteitsremmers en vanaf haar 16e startte ze 1,5 jaar met testosteron. Maar een maand voor haar borstamputatie besefte ze dat ze zich toch gewoon een meisje voelt en genderdysforie nooit de juiste diagnose was.
Jaylinn was een slachtoffer van het toepassen van de Dutch Protocol **op een doelgroep die daarin nooit onderzocht is.
De Dutch Protocol is een visie op transitie van minderjarigen die voornamelijk stoelt op onderzoek uit 2011 en 2014 door psychiater Annelou de Vries en klinisch psycholoog Peggy Cohen-Kettenis. Het onderzoek uit 2011 concludeerde op basis van 70 casussen tussen de 12 en 16 dat na behandeling van gemiddeld twee jaar met puberteitsremmers "Behavioral and emotional problems and depressive symptoms decreased, while general functioning improved significantly during puberty suppression."
Het vervolgonderzoek in 2014 onder 55 van de oorspronkelijke 70 die 'geslachtsbevestigende- hormonen en operaties' ondergingen concludeerde dat genderdysforie "alleviated and psychological functioning had steadily improved. Well-being was similar to or better than same-age young adults from the general population. Improvements in psychological functioning were positively correlated with postsurgical subjective well-being."
Die twee bevindingen werden na 2014 onder de naam "The Dutch Protocol" de goudstandaard voor transgenderzorg in heel Europa, waar landen in navolging van Nederland startten met puberteitsremmers, hormoontherapie en 'geslachtsbevestigende' operaties voor minderjarigen.
Echter. Tegelijkertijd begon er in de gehele Westerse wereld een astronomische toename in genderdysforie plaats te vinden, waardoor de patiëntenpopulatie wezenlijk begon te veranderen.
Finland zat er in 2015 al bovenop. Daar concludeerden onderzoekers na een analyse van *alle* adolescenten die zich voor het einde van 2013 meldde met genderdysforie dat meer dan 75% van hen gediagnosticeerd was met andere, ernstige psychopathologie. "The recorded comorbid disorders were thus severe and could seldom be considered secondary to gender dysphoria. This utterly contradicts the findings in the Dutch child and adolescent gender identity service, where two thirds of adolescent applicants did not have psychiatric comorbidity."
Wat was hier aan de hand? Onze lezing is als volgt:
*Tegelijkertijd* met de publicatie van de twee Dutch Protocol-studies in 2011 en 2014 die respectievelijk een periode van gemiddeld twee en zes jaar bestreken en de 'oorspronkelijke', 'organische', 'echte' genderdysforie-populatie betrof, ontstond er een geheel nieuwe genderdysforie-populatie door sociale besmetting in de naverbranders van social media.
